Midlifemotormannen
- Lang geleden had ik een ontzettend leuke buurjongen. Het was een lieve knul van weinig woorden. Dat hoefde ook niet. Want zijn rode Ducati sprak namens hem. ’s Ochtends hoorde ik het machtige gebrul van zijn motor als hij startte en daarna vol gas weg spurtte. Het was heerlijk om hem ’s avonds weer te zien terugkeren in dat stoere strakke zwartleren motorpak.
Midlifemotormannen
05 februari 2010
Lang geleden had ik een ontzettend leuke buurjongen. Het was een lieve knul van weinig woorden. Dat hoefde ook niet. Want zijn rode Ducati sprak namens hem. ’s Ochtends hoorde ik het machtige gebrul van zijn motor als hij startte en daarna vol gas weg spurtte. Het was heerlijk om hem ’s avonds weer te zien terugkeren in dat stoere strakke zwartleren motorpak.

Foto 1 van 1
In die tijd kwam ik dagelijks politiemotormannen tegen. Professioneel wel te verstaan. Het bedrijf waar ik werkte verleende service aan hightech lasersnelheidsmeters. En ja, die vielen wel eens te pletter tijdens de jacht op wegpiraten. Dus als er weer zo’n metertje opgelapt moest worden, dan wisten die mannen ons direct te vinden.
Van achter de receptie verwelkomde ik met een bevallige glimlach zo’n smakelijk hapje oom agent. Vaak kon hun instrument direct worden gerepareerd. Een bijzonder aangenaam moment. Want tijdens het wachten werd dat strakke witte leren motorpak open geritst. En had ik vrij uitzicht op één en al gespierde politiemannelijkheid, extra geaccentueerd door een strak zwart stretch t-shirt. Ik was dol op die klaar-terwijl-u-wacht servicemomenten!
Anno 2010 komen er steeds meer motormannen in mijn leven. Alleen zijn de meesten die ik ken inmiddels veertig-plus. Sommige zijn bezig aan alweer een nieuw huwelijk, een tweede of derde leg, of een gezellige maîtresse om wat meer sjeu aan hun schrale seksleven te geven. En met zo’n brullend monster tussen hun benen voelen ze hun mannelijkheid weer kloppen. Ik begrijp ze helemaal.
Midlifemotormuizen ondergaan een transformatie. Zodra ze zichzelf hebben gehesen – of hebben laten takelen – in hun strakke, goed afkledende, hip leren motorpak, veranderen ze van suffe kantoorpikjes in stoere motormannen. Met ingehouden buik lopen ze stoer en wijdbeens naar hun glimmende monster van chroom en rubber. Ze zetten zich schrap om de ietwat stramme benen over het motorblok te hijsen. De sleutel wordt plechtig in het contact gestoken en met authentieke mannenpassie wordt de motor gestart om met vol volume gas te geven.
Ze kunnen uren met lotgenoten praten over Yamaha’s , BMW’s, en PK’s in hun achterwielen. Ogen beginnen te fonkelen, schuim staat op hun lippen als ze beginnen te praten over hun fiets en platliggen tijdens het betere bochtenwerk. Het gaat bij deze mannen niet om wie je bent maar om vette geile CC’s. Hoe meer CC hoe beter: vanaf 1000 CC hoor je bij de Big Boys Club!
Op mooie dagen zie je ze in kleine groepjes of in kuddes over dijken en snelwegen voorbij zoeven. Samen met lotgenoten racen ze hun vrijheid tegemoet. Af en toe vlammen en dan weer even gas los. Soms lijkt het een liefdesspel met het altijd gewillige asfalt. Kom ik ze toevallig tegen op de weg, dan maak ik uit respect altijd ruimte voor ze. En stiekempjes wil ik best wel eens bij ze achter op tijdens zo’n wilde rit.
Nog steeds als ik het volle rauwe geluid van een Ducati hoor, gaat mijn hart sneller kloppen. En vraag ik mij af hoe het nu met mijn buurjongen is. Zou hij ook aan een midlifemotor begonnen zijn?
Patricia de Wolf